Excellente Scholen en de weg ernaartoe volgens managementtheoriën

In het traject Excellente Scholen van de Onderwijsinspectie worden onderscheidende schoolprestaties gestimuleerd. Met het te verdienen predicaat krijgen deze zeer goed presterende scholen de maatschappelijke zichtbaarheid en waardering die ze verdienen. Maar wat wordt er verstaan onder een excellente school en welke managementtheorieën kan je toepassen om onderwijskwaliteit duurzaam te verbeteren of zelfs het predicaat te verdienen?

Het predicaat Excellente School is in 2012 in het leven geroepen door minister van Onderwijs Marja Bijsterveldt. Het doel was het erkennen en waarderen van de best presterende scholen van Nederland, die zich onderscheiden van andere goede scholen op een specifiek gebied. Het initiatief draagt bij aan het creëren van een cultuur waarin scholen laten zien dat ze uitmunten en expertise delen. Het predicaat hanteert de volgende definitie:

Een excellente school is in de basis een goede school die zich onderscheidt van andere goede scholen door te excelleren met een specifiek excellentieprofiel dat in de school als geheel doorwerkt. Excellent is daarmee een verbijzondering van ‘goed’.

 

Excellentieprofiel

Scholen kunnen in aanmerking komen voor verschillende excellentieprofielen zoals innovatief onderwijsaanbod, een onderscheidende aanpak voor verschillende groepen leerlingen en de resultaten die daarmee behaald worden, of een bijzondere invulling van hun maatschappelijke taak. Kenmerkend voor de deelnemende scholen is dat het niet alleen gaat om het predicaat, maar vooral om de mogelijkheid zichzelf tegen het licht te houden bij de jury. Het is namelijk een mooie kans om met de vakkundige feedback van de jury nog beter te worden. Zo wordt er in de breedte gekeken naar onderwijskwaliteit: van resultaten, processen, klimaat, kwaliteitszorg, ambitie tot het financiële beheer van de school.


Maar hoe krijg je een school in beweging op de weg naar het predicaat Excellente School en wat kan je leren van managementtheorieën? In de afgelopen decennia zijn er vele theorieën verschenen over de heilige graal in management. Wat maakt dat een bedrijf, of school in dit geval, excellent presteert? Ik neem je mee langs de belangrijkste managementdenkers van de jaren ’80 tot heden en sluit af met de volgens mij meest sterke én bewezen theorie. Namelijk die van High Performance Organisaties (HPO).

In Search of Excellence

Met hun bestseller ‘In Search of Excellence’ schreven Peters en Waterman in 1982 over acht thema’s die onderzochte succesvolle bedrijven met elkaar gemeen hadden. Het waren thema’s als klantgerichtheid, autonomie en ondernemerschap. Hoewel het boek aanvankelijk zeer positief ontvangen werd, bleek het niet aan de verwachtingen te voldoen; het was geen garantie voor excellent ondernemen. De in het boek beschreven ondernemingen kwamen in een periode van drie jaar na uitgave van het boek in ernstige (financiële) problemen. Daarnaast was er veel kritiek op het ontbreken van een gefundeerd wetenschappelijk onderzoek dat ten grondslag lag aan de conclusies en adviezen.

Build to Last: Succesful Habits of Visionary Companties

In 1994 kwam er een vervolg in de zoektocht naar de onderscheidende elementen voor het excellent presteren. Collins en Porras schreven de bestseller ‘Built to Last Succesful Habits of Visionary Companies’ in 1994. Het onderzoek richtte zich op organisaties die het ruim 50 jaar beter deden dan het marktgemiddelde. Uit het onderzoek kwam een lijst naar voren van factoren die kenmerkend waren voor succesvolle ondernemingen. Maar helaas presteerden de bedrijven die in het boek als voorbeeld waren gesteld veel minder dan gedacht in de jaren daarna: slechts een op de drie presteerde beter dan de markt.

Good to Great

Collins gaf niet op en bracht na een uitgebreid empirisch onderzoek een nieuwe bestseller uit: ‘Good to Great’ in 2001. In zijn onderzoek had hij ontdekt dat bedrijven die een grote sprong voorwaarts maken, zich in de opbouwfase kenmerken door nederig en wilskrachtig leiderschap. En vooral leiderschap was belangrijk op alle niveaus in de organisatie, daarom was ‘Getting the right people on the bus’ essentieel. Waarbij zijn boodschap was: zorg eerst dat je de juiste mensen binnenhaalt en maak dan pas een keuze voor een strategie.

High Performance Organisaties

De zoektocht naar excellent presterende organisaties werd voortgezet, namelijk in Nederland door professor André de Waal. De Waal wordt door managementboek.nl gezien als een van de meest vooraanstaande Nederlandse managementdenkers; hij is vooral bekend van zijn werk op het gebied van performance management. Gefascineerd door performance management is De Waal op zoek gegaan naar de onderscheidende aspecten die maken dat een organisatie op lange termijn excellent kan blijven presteren; oftewel de High Performance Organisatie (HPO). Hoe is het mogelijk dat deze HPO’s op lange termijn goed blijven presteren en waarom hebben werknemers het er beter naar hun zin ten opzichte van andere vergelijkbare organisaties?  Deze organisaties typeert hij als High Performance Organisaties en hij hanteert daar zelf de volgende definitie voor:

Een High Performance Organisatie is een organisatie die gedurende vijf of meer jaren steeds betere financiële en niet-financiële resultaten behaalt dan vergelijkbare organisaties, door zich op een gedisciplineerde manier te richten op wat van belang is voor de organisatie.

 

Op basis van een onderzoek heeft De Waal met zijn Center for Organizational Performance (HPO-center) tien jaar lang de kenmerken bestudeerd van excellente organisaties over de hele wereld. Het doel was om managers de kennis en mogelijkheid te geven om precieze ingrepen te doen om hun organisatie te laten ontwikkelen tot een High Performance Organisatie.


Om achter de onderscheidende kenmerken te komen, heeft het HPO-center 290 internationale onderzoeken bestudeerd, die in de laatste dertig jaar zijn uitgevoerd op het gebied van excellent presteren. De kenmerken die in deze onderzoeken het meest voorkwamen, zijn daarna met behulp van een enquête getest in een wereldwijd onderzoek bij 1.470 organisaties in de profit-, non-profit- en overheidssector. Het doel hiervan was de belangrijkste kenmerken te onderscheiden. Uiteindelijk zijn de initieel 189 gevonden kenmerken teruggebracht tot 35 in het HPO-raamwerk.

Het HPO-raamwerk is een conceptuele, wetenschappelijk onderbouwde structuur die managers kunnen gebruiken bij de beslissing wat zij moeten doen om de prestaties van hun organisatie op een duurzame manier te verbeteren. Het raamwerk omvat geen instructies of recepten die managers blindelings kunnen volgen.

Het is een raamwerk dat door managers zal moeten worden vertaald naar de specifieke situatie in hun eigen organisatie op dat moment. Zij zullen een eigen variant van het raamwerk moeten ontwikkelen, die bij hun organisatie past. Dit is slecht nieuws voor slechte managers, omdat het HPO-raamwerk geen blauwdruk is. Het is echter goed nieuws voor goede managers, omdat zij hun eigen ervaring, expertise en creativiteit kunnen aanwenden, terwijl ze hun organisatie omvormen tot een HPO.

 

Onderwijskwaliteit duurzaam verbeteren

Het HPO-raamwerk kan op iedere organisatie toegepast worden. Het leent zich heel goed voor toepassing op een school in haar ambitie om onderwijskwaliteit duurzaam te verbeteren, of zelfs richting het predicaat Excellente School te brengen.

Ik ben er zelf erg enthousiast over vanuit praktijkervaringen in organisatie verandertrajecten. Tot op heden heb ik nog geen betere theorie en praktisch raamwerk gevonden. De toepassing en het bijbehorende HPO organisatie onderzoek geven richting aan de organisatieontwikkeling en brengt deze écht in beweging. Afgelopen jaren heb ik mijzelf onder begeleiding van het HPO Center van André de Waal gespecialiseerd in de begeleiding van organisaties in hun weg naar excellente resultaten. Wilt u meer weten of als school vorm geven aan uw ambitie om duurzaam te excelleren? Met het Lab to Learn team help ik u graag op weg.

Foto: Rob Vlastuin, Omroep West


◀ Terug naar thema overzicht