Leermiddelenbeleid & Schoolkosten in het mbo

Op woensdag 31 mei vond het eerste symposium Leermiddelenbeleid & Schoolkosten in het mbo plaats. Dat het thema actueler is dan ooit blijkt uit de grote opkomst. In grote getalen waren mbo’s, branche organisaties, uitgeverijen, leermiddelendistributeurs en het ministerie van OCW vertegenwoordigd.

Het initiatief vanuit de Netwerkgroep Leermiddelenbeleid & Schoolkosten, met als voorzitter Rudolf Barkhuijsen (Rijn IJssel Vakschool Wageningen) resulteerde in een interessant en vooral geslaagd programma waar vanuit verschillende perspectieven de uitdagingen in de markt worden belicht. In dit artikel kijk ik met jullie terug en sluit ik af met de wijze waarop de Slim.nl MBO dienstverlening inspeelt op de besproken thema's.
Signalen vanuit de wereld van de student
Bart van Zelst, beleidsmedewerker vanuit de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) trapte af. Welke signalen bereiken het JOB? In 2016 bereikte er JOB 83 klachten en 18 vragen over geld, vrijwillige bijdrage en schoolkosten. Ondanks het beperkte aantal vragen ze aandacht. Het zijn goed geformuleerde vragen waarin studenten een hele groep vertegenwoordigen. Bart gaf enkele voorbeelden uit de praktijk, zoals die van Arzu:

Bart van Zelst, beleidsmedewerker vanuit de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) trapte af. Welke signalen bereiken het JOB? In 2016 bereikte er JOB 83 klachten en 18 vragen over geld, vrijwillige bijdrage en schoolkosten. Ondanks het beperkte aantal vragen ze aandacht. Het zijn goed geformuleerde vragen waarin studenten een hele groep vertegenwoordigen. Bart gaf enkele voorbeelden uit de praktijk, zoals die van Arzu:

"Ze belt JOB namens haar zoon die op een Rotterdamse school zit. Onlangs heeft ze in het nieuws gezien dat scholen geld vragen voor examens en excursies die nodig zijn om je diploma te behalen. Terwijl dat niet mag. Nu krijg ze van school te horen dat hij €50.- moet betalen om zijn VCA te halen. Arzu vraagt zich af of dit mag?"

Over het antwoord waren aanwezigen het snel eens: als het onderdeel is van het vooraf bekend gemaakte curriculum wel, anders niet. Vaak is het geen onwil vanuit school, maar zijn de juridische kaders niet altijd duidelijk wat nu wel of niet verplicht gesteld kan worden.

Maar er waren ook gecompliceerde vragen. Zoals die van een licentie die verplicht afgenomen moest worden. Terwijl de student had aangegeven dat de licentie van afgelopen jaar nog enkele weken actief was tot na zijn examens. Toch kreeg hij de rekening, inclusief oplopende incassokosten. Was de school daarmee in overtreding? Ja, maar de oorzaak van het probleem lag in het feit dat school de licenties collectief inkocht en deze automatisch doorbelaste aan haar studenten. Als studenten zelf de keuze konden maken, dan zou school mogelijk niet uitkomen met de kosten voor de collectief ingekochte licenties.

Ondertussen had de goed geïnformeerde student de casus voorgelegd aan het populaire weblog van Tim Hofman #boos. De oorzaak ligt in een breder probleem in de leermiddelenmarkt. Het model van enkele kennis-en expertisecentra waarin scholen niet anders kunnen dan zelf in te kopen en doorbelasten maakt het proces onnodig ingewikkeld. In de discussie vanuit de aanwezigen tijdens het symposium was er een helder inzicht. Verkoop van licenties, ook vanuit kennis- en expertisecentra dienen niet meer via de school te verlopen, maar net zoals bij de reguliere educatieve uitgeverijen via daarvoor beschikbare kanalen.

Ontwikkelingen in het landelijk beleid schoolkosten

In 2016-2017 is er al het nodige veranderd vertelde Ben Geerdink, voorzitter College van Bestuur ROC Rijn IJssel, in een mooie samenvatting. De tijdelijke regeling voorziening leermiddelen is verlengd door het Ministerie van OCW, afgelopen jaar heeft de ov-jaarkaart zijn intrede gedaan voor studenten én heeft de studentenraad instemmingsrecht op het schoolkosten beleid. Met name die laatste moet nog vorm krijgen. Om een volwassen dialoog tot stand te brengen met de studentenraden moeten er nog op veel mbo’s stappen gezet worden door afspraken te maken en de studentenraden te begeleiden in hun nieuwe verantwoordelijkheid. En daarnaast schreef het ministerie van OCW als reactie op een motie van de SP een nadere toelichting op de schoolkostenbrief van 2012.

Ministerie van OCW: "In de kern mag school onderwijsbenodigdheden vragen aan een student, maar is het altijd de student zelf die bepaalt hoe en waar hij de onderwijsbenodigdheden verkrijgt".

Maar er is nog steeds veel te doen! Bijvoorbeeld gereedschappen, mogen die nu wel of niet op de lijst? School dient ze beschikbaar te stellen op de leslocaties, maar de praktijk is anders. Bijvoorbeeld als studenten op BPV gaan of verder in hun opleiding zitten vraagt het om persoonlijke gereedschappen. En ook de collectieve inkoop van leermiddelen en licenties roept veel vragen op, zoals ook geschetst in het voorbeeld door JOB. En hoe ga je om met leermiddelen waar maar één aanbieder van is? En de readers die door school worden samengesteld? Dan valt er voor studenten weinig te kiezen, ze zijn namelijk nergens anders verkrijgbaar. En zo’n mooi logo van de opleiding op sportkleding? Allemaal leermiddelen die tot een discussie leiden of ze verplicht gesteld mogen worden.

Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen

Financieel adviseur Janneke Roor van het Ministerie OCW gaf een verdiepende presentatie over de tijdelijke regeling voorziening leermiddelen. Het was onacceptabel dat de hoogte van schoolkosten de keuze voor vervolgonderwijs of een bepaald type opleiding beïnvloeden. Naast deze aanleiding vormde ook de toegankelijkheid van het mbo een belangrijk argument. Ook voor kinderen van ouders met een laag inkomen moet het onderwijs toegankelijk blijven. Vanuit de Kamerbrief van 30 juni 2016 is de ov-jaarkaart geïntroduceerd voor het mbo, dat was al een flinke stap. De reisafstand en de kosten die daarmee gemoeid zijn vormen nu niet meer een drempel om aan het onderwijs deel te nemen. Maar er blijft nog steeds een kleine groep minderjarigen die er niet van profiteert. In 2016-2017 was er € 5 miljoen beschikbaar gesteld zodat niemand vanwege financiële redenen geen mbo-opleiding kon volgen. Boodschap blijft wel aan scholen om de kosten sober en beheersbaar te houden.

Maar komt er na een tijdelijke regeling ook een structurelere oplossing? Eerste stap is het evalueren van de huidige regeling, eind juni 2017 wordt deze opgeleverd. Er is dan antwoord op de uitwerking van de tijdelijke regeling, het bereik onder de doelgroep, de wijze waarop de regeling is toegepast al dan niet in samenwerking met stichting leergeld. De uitkomsten vormen de start voor de uitwerking van de gewenste structurele maatregelen. In de tussentijd wordt de tijdelijke regeling verlengd met een jaar en wordt het budget verdubbeld naar € 10 miljoen. Opvallend aan de nieuwe regeling is dat de verantwoordingsgrenzen worden verlaagd en scholen de mogelijkheid hebben om overgebleven middelen voor andere schoolkostenproblematiek aan te wenden. In september 2017 wordt de kamer geïnformeerd over de mogelijke opties voor een structurele maatregel, het is wel even de vraag wat de politiek gaat doen. Door het uitblijven van formatie kan mogelijk nog een tijdelijke verlening toegepast worden in 2018-2019.

Nieuwe versie Juridisch Kader

De ‘nestor’ van de schoolkostenstrijd Joop van Schie van saMBO-ICT en Jurist van Kennisnet Willem-Jan van Elk presenteerden samen de nieuwe versie van het juridisch kader. Het rapport moet nog officieel uitkomen, maar de belangrijkste inzichten zijn toegelicht.

Er is geen discussie over mogelijk; het basisinventaris is voor rekening instelling. Dit betreft een breed palet: van intake- en instaptoetsen, schoolpas / collegepas, administratieve zaken, studiehandleidingen, excursies (voor zover verplicht onderdeel programma), toetsen, examens, herkansingen tot diploma-uitreiking, apparatuur, machines, instrumenten en computers, kosten voor bpv. Maar ook de verbruiksmaterialen vallen hieronder: denk aan benodigdheden tijdens de les als hout, leidingen, bloemen tot voedsel ingrediënten.

Maar ook opnieuw is er discussie over of gereedschappen wel tot het basisinventaris behoren? Dat vraagt nog verder onderzoek. De kosten voor de student bestaan uit de verplichte bijdrage; les- en collegegeld wat betaald dient te worden aan de instelling. Daarnaast is er de categorie vrijwillige bijdrage, maar daar dient wel een tegenprestatie tegenover te staan zoals bij een studiereis. Daarnaast heeft een student kosten voor zijn onderwijsbenodigdheden. Een instelling mag deze voorschrijven, maar dient altijd expliciet op te nemen wat de totale schoolkosten zijn en dat er geen verplichte leverancier is. Het gaat hierbij om leermiddelen zowel digitaal als folio, persoonlijke kleding (mits maat- en persoonsgebonden) en persoonlijke uitrusting zoals schrijfwaren en papier. Daarnaast mag een school een laptop of tablet voorschrijven, maar dat dient functioneel te zijn met minimale specificaties, zonder een type aan te geven. Rondom de gereedschappen komt er ook meer duidelijkheid: een instelling mag een student adviseren persoonlijke gereedschappen aan te schaffen, maar kan dat niet verplicht stellen. En opnieuw werd gewezen op de verantwoordelijkheid van school bij het aanschaffen van collectieve licenties en de impact op de keuzevrijheid van de student, een terugkerend thema.

Als laatste stond Willem-Jan nog even stil bij informatiebeveiliging en privacy: scholen dienen met de leveranciers van digitaal lesmateriaal te allen tijden een bewerkersovereenkomst te sluiten.

Albeda zet de toon! – Leermiddelen als beleidsonderdeel

In de maatschappelijke discussie rondom leermiddelenbeleid en schoolkosten is ROC Albeda vooruitstrevend. Gerard van den Akker, senior projectleider deelde zijn ervaringen met hun leermiddelenbeleid en aanpak. Hun doel is om de verantwoording over de inhoud van de boekenlijst terug te halen naar het onderwijs. Met als gevolg zo hoog mogelijke kwaliteit van leermiddelenlijsten, maar de kosten voor studenten zo laag mogelijk.

Om het proces te faciliteren hebben ze zelf een leermiddelengenerator ontwikkeld: een database met alle producten uit de gezamenlijke leermiddelenlijsten, in beheer door school zelf. De output van de generator is een leermiddelenlijst voor de student, die vervolgens zelf kan kiezen waar hij besteld. De lijsten worden ook beschikbaar gesteld aan de distributeurs en marktpartijen, zodat zij zelf hun aanbod naar studenten kunnen doen. Uitgangspunt is om daarmee marktwerking te creëren op de markt voor leermiddelen. De implementatie vraagt een forse inspanning, vooral omdat er begonnen is met een lege lijst. Op die manier worden de onderwijsleiders uitgedaagd om echt kritisch na te denken over wat ze wel of niet op de lijst plaatsen.

Met veel interesse volgen de aanwezigen de ontwikkelingen, met name om de onderwijsleiders zo ver te krijgen alles compleet aan te leveren en te herzien is nog een uitdaging van formaat.

Benchmark leermiddelen

Uit het programma MBOpack is de wens naar voren gekomen om leermiddelenlijsten te kunnen benchmarken tussen onderwijsinstellingen. Serge de Beer van LearningTour en Maaike Stam van saMBO-ICT presenteerde samen de eerste versie van de software tool. Scholen kunnen hun lijsten eenvoudig importeren en anoniem hun lijsten op onder andere crebo-niveau met elkaar vergelijken. Een aantal mbo’s gaat komende tijd met de tooling werken, waarna deze in een breder verband beschikbaar wordt gesteld. Mogelijke suggestie vanuit de aanwezigen was om in gesprek te gaan met de leermiddelendistributeurs, zij beschikken over actuele data als prijzen en leermiddelenlijsten, dat bespaart de scholen veel werk. Deze suggestie wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling.

Marktverkenning Leermiddelen 3.0

Als beleidsmedewerker Kennisnet volgt Philip Post met veel interesse de ontwikkelingen in het veld rondom de leermiddelen. In combinatie met de handreiking kader onderwijsbenodigdheden mbo en de actualisatie van het inventarisatierapport MBO uit 2013 levert Kennisnet hiermee een bijdrage aan de discussie over leermiddelen. Een sterke trend die zich doorzet in het speelveld zijn de veranderende rollen van de spelers: distributeurs worden soms uitgeverijen, terwijl deze op hun beurt weer zelf distributie vormgeven. En softwareleveranciers verbreden steeds meer hun rol in de keten en nemen taken over.

De verticale integratie die Philip beschrijft zorgt voor een dynamische markt, waarin ook steeds meer nieuwe partijen zich vestigen en bestaande op zoek gaan naar een nieuwe plek. Allemaal doen ze dat over de as van verbreden, verbeteren en/of een combinatie met integreren. En nog steeds zijn scholen op zoek naar de balans tussen digitaal lesmateriaal en folio, die discussie wordt verder aangewakkerd door hun ambities om leermiddelen op maat te leveren en te personaliseren. Dit biedt kansen voor deelnemers, docenten en bestuurders: maar vragen wel om scherpe keuzes in het leermiddelenbeleid en met welke partners school deze samen gaat vormgeven.

Distributie in 2025?

Vervolgens wat het perspectief vanuit een van de distributeurs aan de beurt. Anouk Piening (Manager Strategie en Klantinteractie) van The Learning Network (TLN), voorheen Van Dijk Educatie, deelde hun visie op distributie in 2025. Daarin benoemde ze drie belangrijke thema’s. Ten eerste is er de invloed van gepersonaliseerd leren, hiervoor is een ander soort lesmateriaal en distributie nodig. Het lesmateriaal wordt daarbij samengesteld door docenten of zelf ontwikkeld. Ze haalde daarbij het voorbeeld aan van Landstede, waarin de volledige focus ligt op de ontwikkeling van eigen lesmateriaal. Daarnaast worden er steeds meer innovatieve apps gebruikt in het onderwijs. Veelal komen deze vanuit (buitenlandse) organisaties die een mooie oplossing hebben waar scholen om vragen, maar zelf niet de draagkracht hebben voor grootschalige distributie en support. Voorbeelden hiervan zijn Explain Everything en EDpuzzle.

The Learning Network ziet daar veel kansen in om docenten en scholen te ondersteunen, onder andere door het beschikbaar stellen van haar distributienetwerk en bijbehorende platformen. Er wordt flink ingezet op de ontwikkeling van sterke koppelvlakken op basis van zogenaamde API’s. Waarmee op basis van een gestandaardiseerde set aan definities andere organisaties snel en gemakkelijk kunnen aansluiten.

Een tweede thema is kostenmonitoring. In lijn met het beheersbaar houden van de leermiddelen wordt er gedacht aan diensten / functionaliteiten om op verschillende niveaus scholen te ondersteunen in de beheersing van haar kosten en tegelijkertijd docenten de ruimte te geven hun eigen methoden binnen budget te laten samenstellen. Dus flexibiliteit voor de docent, binnen beheersbare kosten voor de school en uiteindelijk de student. Vanuit haar recente naamswijziging naar TLN komt het derde thema naar voren: de docent meer regie geven in het totale leernetwerk. Focus ligt daarbij op het ontwikkelen van een open ecosysteem met een eigentijds verdienmodel. Waarin zowel school, student, ouders, overheid, docenten en partners naadloos met elkaar kunnen samenwerken.

Van Keten naar samenwerking – leermiddelen eenvoudig bereikbaar voor een faire prijs

De laatste presentatie van Jos Brouwer (adjunct directeur) van Deviant maakte de dag compleet. Een optimaal leerklimlaat, dat is waar het om draait volgens Jos. Dit bestaat uit een veilige en efficiënte schoolorganisatie, goede leermiddelen en een helder examenprogramma. Vervolgens konden aanwezigen via hun smartphone interactief aangeven welke belangrijkste bijdragen zij leverden aan dit optimale leerklimaat. Termen als vertrouwen, kwaliteit, duidelijkheid, leermiddelen just-in-time, transparante prijzen tot openheid kwamen voorbij op het scherm.

Deviant staat als educatieve uitgeverij voor het creëren van goede leermiddelen in samenwerking met docenten. Bij de ontwikkeling daarvan komt er veel kijken, het is een complex samenspel tussen leermiddelen (de uitgever), de leeromgeving maker, de school (infrastructuur en techniek) en bestellen, betalen en toegang (de distributeur).

Net als in de marktverkenning 3.0 herkent Deviant de veranderende of verbrede rollen in van de spelers in de markt. Deviant blijft beheerst en doordacht inzetten op de ontwikkeling van leermiddelen. Beheerst door zowel boeken digitaal en interactief door te ontwikkelen en te integreren in hun bestaande digitale omgevingen en daar continu nieuwe mogelijkheden van te benutten. En doordacht in digitale vorm: met behoud van een methodische ruggengraat, de didactiek vooral te versterken en niet te verzwakken en aandacht te geven aan leerdoelen, interactie en feedback.

De nieuwe standaarden worden omarmd door Deviant, bijvoorbeeld ECK werkt goed en is breed geïmplementeerd voor de distributie en toegang van digitale content. Verdere transparantie in de keten van leermiddelen, met een verrekening naar waarde zorgt voor een faire prijs. Als uitgeverij gaat Deviant steeds minder zelf doen, focus blijft bij lesmateriaal ontwikkeling. Voor alle zaken daaromheen wordt de samenwerking gezocht met distributeurs, scholen en partners. Webshops leveren volgens Deviant vooral waarde door one-stop-shopping en integratie in het informatielandschap van scholen zoals koppelingen met leerlingenadministraties.

Hoe speelt de Slim.nl MBO Webshop in op deze thema’s?

Na het lezen van de terugblik hierboven kan je maar een conclusie trekken: scholen willen zelf weer volledig in regie zijn over hun leermiddelen.

Dat vraagt een helder kader met wet- en regelgeving, transparante prijzen en zelf verantwoordelijk voor het samenstellen en beheersen van de kosten van leermiddelen. Dat is exact de reden waarom dat we zo’n twee schooljaren geleden zijn gestart met de oprichting. Letterlijk vroegen scholen ons om verandering, maar hadden geen goede keuze voor een andere distributeur of werkwijze. En als we scholen weer de regie willen geven, dat betekent dat ze daar ook de verantwoordelijkheid voor moeten nemen én gefaciliteerd in moeten worden. Dat is even wennen voor scholen, maar met een goede opstartbegeleiding kunnen ze het helemaal zelf. Sterker nog: als de beste met de juiste informatievoorziening. Docenten en schoolmedewerkers weten als geen ander wat het beste is voor hun studenten.

En vraag je ons naar een visie op distributie in 2025? We kunnen ons voorstellen dat er überhaupt geen leermiddelendistributeurs meer zijn!

In het onnavolgbare tempo waarin continu nieuwe technologie bestaande markten volledig op zijn kop zet is het niet uitgesloten dat er geen bestaansrecht meer is voor een distributeur in de leermiddelenmarkt. De tijd zal het uitwijzen. Maar tot zover het is, staan wij klaar voor scholen om ze weer in hun kracht te zetten.

De Slim.nl MBO Webshop is ontstaan vanuit een nieuw marktperspectief. In de lezing van Kennisnet over de marktverkenning 3.0 konden we ons goed vinden. Nieuwe spelers die gaan verbeteren, verbreden en integreren. De MBO Webshop is een gezamenlijke dienst van IT-Workz, welke innovatieve ICT en onderwijskundige oplossingen ontwikkelt voor PO, VO en MBO. En van Slim.nl (onderdeel van SLBdiensten), dé intermediair tussen VO, MBO en de softwarebranche.

Een unieke samenwerkingsverband waarmee we samen de meest eigentijdse leermiddelen dienstverlening hebben opgezet. Vanuit diepgaande domeinkennis over onderwijskundige en organisatorische processen innoveren en verbeteren we continu in een hoog tempo samen met onze klanten en partners. De basis is een transparant prijsmodel, zonder opslag en bij verkoop aan studenten. Ook wel ‘sober en beheerst’ genoemd zoals in de lezing van het Ministerie van OCW. Maar eigenlijk is er niets sobers aan...

Innoveren is leuk, want als je dat goed doet kan je kosten vanuit school besparen, waarmee je aan de andere kant kan investeren om te verbeteren.

Doen jullie ook mee? Scholen zijn van harte welkom om zich aan te sluiten in onze gezamenlijke beweging.


◀ Terug naar thema overzicht