Veranker ICT in het onderwijs met programmamanagement

Net als onze experts zijn de meeste scholen ervan overtuigd dat er meer opbrengsten in de toepassing van ICT in het onderwijs te behalen vallen. Deze opbrengsten dragen namelijk direct bij aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.

Op scholen worden vaak verschillende initiatieven en projecten gestart door enthousiaste docenten en gedreven managers. Maar vaak ontbreekt de samenhang, initiatieven stranden, doelstellingen lijken niet dichterbij te komen en ondanks alle inspanningen dreigen docenten terug te vallen in hun traditionele lesaanpak. Het enthousiasme begint plaats te maken voor gerede twijfel…

In de praktijk blijkt het enorm lastig voor scholen om de verankering van ICT in het onderwijs op de langere termijn te realiseren én borgen. En dat is niet vreemd! De bestaande schoolorganisatie is vaak niet ingericht om naast het bestaande onderwijsproces en de bedrijfsvoering zo’n complexe en omvangrijke uitdaging vorm te geven. Het vraagt om een andere aanpak. Een programmamanager kan uw school hier bij uitstek ondersteunen. Vanuit een doelgerichte en efficiënte aanpak geeft hij samen met u vorm aan deze complexe uitdaging.

Een programma is een geheel van samenhangende projecten en activiteiten in een tijdelijke organisatie om één of meer van tevoren gedefinieerde doelstellingen te realiseren, die van strategisch belang zijn voor een school.

 Integrale aanpak

Een programma start je niet zomaar, daar ligt een goed plan aan ten grondslag, maar deze is niet zo uitgeschreven als een projectplan. Het gaat hierbij voornamelijk over het effect van het programma op de school. Vanwege de vaak langere looptijd van een programma zijn de opbrengsten per definitie onzeker. Als blijkt, dat via plan A de opbrengsten niet gerealiseerd kunnen worden, dan moet zonder moeite overgestapt kunnen worden naar plan B of C om alsnog stappen te zetten in de verbetering van onderwijskwaliteit. Om dit mogelijk te maken benadert een programmanager het vraagstuk volgens een zevental principes:

  1. Continue afstemming op de onderwijsvisie en schoolstrategie;
  2. Ontwikkeling van leiderschapsvaardigheden bij management en middenkader om de verandering kracht bij te zetten;
  3. Aandacht voor het visualiseren, uitdragen en communiceren van de gewenste onderwijskwaliteitsverbetering;
  4. Focus op opbrengsten, maar ook op de bedreigingen van deze opbrengsten;
  5. Realiseren van toegevoegde waarde;
  6. Ontwikkeling van vaardigheden en competenties van management, docenten en medewerkers;
  7. Ontwikkeling van het lerende vermogen van de school.
Onderwijsvisie als uitgangspunt

Maar waar start je met het vormgeven van een programma? Vanuit het Lab to Learn hanteren we de onderwijsvisie als uitgangspunt. In deze onderwijsvisie staat beschreven op welke wijze een school kijkt naar het proces van leren, didactiek, de rol van de docent en hoe het schoolklimaat er uit dient te zien. En als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs gebruiken we vaak het Kennisnet Vier in balans-model om richting te geven aan de gewenste koers. Optimaal rendement van ICT in het onderwijs vraagt namelijk om een balans en verbetering op de vier vlakken: visie, deskundigheid, digitaal lesmateriaal en ICT-infrastructuur.

Meten is weten

Om de ambities van een onderwijskwaliteitsverbetering tastbaar te maken, is het belangrijk om bij aanvang een meting uit te voeren. In hoeverre biedt u uitdagend onderwijs aan met eigentijdse voorzieningen? Wat is de huidige én gewenste situatie volgens directie, docenten en leerlingen? En welke digitale didactische handelingen zijn benodigd voor uw docenten en waar liggen individuele leerbehoeften? Vanuit het Lab to Learn bieden we hiervoor EduCheck aan, in te zetten voor zowel het basis- als het voortgezet en middelbaar beroeps onderwijs.

Verloop programma

Vanuit de inzichten uit de meting krijgt de gewenste ambitie verder vorm. Dit is het moment waarop een programma opgezet kan worden. In een ‘programma mandaat’ worden op hoofdlijnen de strategische doelstellingen van het programma beschreven. Op basis van dit mandaat worden de doelstellingen verder uitgewerkt in detail in de ‘programma brief’. Deze brief wordt besproken en er wordt formeel bepaald of de doelstellingen het waard zijn om verder ontwikkeld te worden voor de school en of het programma voortgezet kan worden. Dit proces wordt meestal in een paar weken afgerond.

De formele goedkeuring van het programma wordt gegeven door de eigenaren, vaak de directie van de school. Zij vormen de sponsorgroep en dragen bij in de vorm van middelen (tijd, financiën en besluitvorming). Na goedkeuring wordt er een plan opgesteld hoe de veranderingen stapsgewijs gerealiseerd worden. Parallel daaraan wordt een duidelijke programma organisatie ingericht en bepaald: structuur, rollen en verantwoordelijkheden voor effectieve besluitvorming. Na iedere grote stap is er een belangrijk evaluatiepunt waarop wordt bepaald of het programma de verwachte en gewenste vooruitgang boekt, of het de resultaten bereikt die verwacht en gewenst zijn en of de verwachte opbrengsten nog gehaald kunnen worden.


◀ Terug naar thema overzicht