Onderwijs en technologie in Londen: food for thought

Eind januari bezochten we samen met diverse onderwijsprofessionals de BETT in Londen. Naast een bezoek aan de beurs mochten we ook op de thee bij the Department for Education en twee scholen in Londen. Een van de deelnemers was Adriënne de Kock van Effent, een middelbare school in Oosterhout. Wat zij heeft meegenomen van deze studiereis (behalve een tas vol flyers!) deelt ze graag in deze blog.

 

De BETT was overweldigend. Hoewel ik vooraf geprobeerd heb via de app een plan te maken, kwam daar in de praktijk niet veel van terecht. Volgende keer ga ik dat anders aanpakken. Wat ik al wel wist, maar op de BETT weer eens werd bevestigd: er is heel veel! Maar, niet alles is even goed of bruikbaar binnen ons onderwijs. Zorg dat je weet wat jouw onderwijs(visie) nodig heeft, voordat je beslissingen neemt.

Bij het Department for Education hadden we twee gesprekken met beleidsmedewerkers. Lastig om een echt gesprek te voeren met een groep van 27, maar het leverde wel wat inzichten over het Britse onderwijs op. Zo wist ik niet van het verschil tussen government schools (community schools) en academy schools. Beide schooltypes krijgen, net als in Nederland, een lumpsum bekostiging per leerling, maar een systeem als BRON ontbreekt. Dat had waarschijnlijk iets met privacy-wetgeving te maken. Om te bewijzen hoeveel leerlingen er op school zitten, tellen ze het aantal leerlingen dat op een bepaalde dag een lunch op school betaalt. Tot 16 jaar zitten leerlingen van allerlei verschillende niveaus bij elkaar. Na hun 16e kunnen ze doorgaan voor hun A-levels, die toegang geven tot de universiteit. En ook: er zijn nog heel veel scholen die niet over een snelle breedbandverbinding beschikken.

Op Eastlea Community School, een school in een vrij arme wijk, gingen we aan de slag met de micro:bit. Vorig jaar heeft de regering voor alle leerlingen van year 7 zo’n minicomputertje beschikbaar gesteld. Ooit, lang geleden toen ik zelf op de middelbare school zat, heb ik les gehad in programmeren. Dat vond ik verschrikkelijk en ik begreep ook niet goed wat ik aan het doen was: op schrapkaarten nulletjes en eentjes inkleuren, en vervolgens geen idee hebben wat ermee gebeurde. Maar wat een verschil met de micro:bit! Het leuke is dat je snel resultaat ziet van wat je geprogrammeerd hebt: samen met @kunstjuf, onder deskundige begeleiding van een van de leerlingen, maakte ik het spelletje rock-paper-scissors en we hadden hoorbaar plezier! Wij werkten met “blocks” om te programmeren, een eenvoudige manier om ermee aan de slag te gaan, maar het meisje vond dat eigenlijk een beetje flauw. Zij werkte liever met echte programmeertaal, zoals python. Later wil ze in de game-industrie gaan werken om haar eigen games te maken.

Hoe leuk ik dat programmeren ook vond, wat vind ik van het nut van leren programmeren voor alle leerlingen? Hoewel daar in Engeland duidelijk anders over wordt gedacht (computing of computer science is een verplicht vak sinds kort), vind ik het niet nodig dat elke leerling programmeertalen zoals python leert schrijven. Maar de docent legde aan ons uit waarom hij programmeren wel heel erg belangrijk vindt: je leert kinderen oplossingen voor problemen te bedenken en dan zetten ze de stap naar computational thinking. De opdrachten die de leerlingen krijgen, zijn dus niet slechts de stappenplannetjes maar problemen, die om een oplossing vragen. Hoe kun je er bijv. met de micro:bit voor zorgen dat gewaarschuwd wordt als de temperatuur in de kas waar je tomaten groeien niet tussen 18° en 24° is? Het leuke van de micro:bit is dat je dat dus met blocks kunt doen, maar ook met ingewikkelder programmeertaal: differentiatie binnen dezelfde opdracht. Keerzijde: de micro:bit zelf is dan misschien niet zo duur, als je ermee aan de slag wilt, heb je wel snel meer spullen nodig om het leuk te houden.

De volgende dag waren we te gast op Ernest Bevin College, een officiële STEM-school en een all-boys-school (nou ja in de laatste twee leerjaren werden wel meisjes toegelaten). Ik ging er met grote verwachtingen naar toe: STEM of STEAM (Science-Technology-Engineering-Art-Maths) vind ik interessant en ik wilde daar graag wat van in de praktijk zien. De schoolleiding straalde van trots: ze kregen het voor elkaar met moeilijke leerlingen (grotendeels leerlingen van een migrantenachtergrond uit andere wijken dan de dure wijk waarin de school gevestigd is) goede resultaten te behalen. De huidige burgemeester van Londen zat er ook op school.

Aan de ene kant is de school een soort LOOT-school: leerlingen die uitblinken in sport, krijgen hier de kans zich in de sport te ontwikkelen en hun GSCE’s te halen. Er waren verschillende sportzalen en zelfs een zwembad! Aan de andere kant zijn ze dus nu bezig met STEAM. We bezochten een les en gingen in kleine groepen in gesprek met de schoolleiders en vakgroepleiders die betrokken waren bij het STEAM-programma. We liepen mee tijdens “lunch duty” en keken na de lunch hoe alle leerlingen van de hele school verplicht 20 minuten moesten lezen. De les die ik mocht bezoeken (engineering) was jammer genoeg niet zo heel interessant om te observeren. De leerlingen waren de hele les bezig met het maken van sommetjes, er was weinig interactie met de lerares en het werd me niet helemaal duidelijk wat het vak nu precies inhield.

Tijdens het gesprek met de schoolleiding werd duidelijk dat deze school heel moeilijk heeft gehad. Veel van de jongens komen uit gebieden waar “gangs” het voor het zeggen hebben en zitten dus zelf ook in die gangs. Dat heeft een aantal jaren geleden geleid tot veel (zelfs landelijke) media-aandacht, toen in korte tijd twee leerlingen door “gang-related violence” om het leven kwamen. Hoewel de school hiermee niets te maken had, zorgde het er wel voor dat ze een aantal zaken anders aan gingen pakken en met succes dus!

Wat me verder opviel:

  • Naast lijsten met oud-leerlingen die naar de universiteit zijn gegaan, heel veel bekers en trofeeën en posters met oud-leerlingen die vertellen over hun baan, hangen in de school borden waarop wordt bijgehouden hoe je op Engels en wiskunde presteert: van elke leerling hangt er een foto, gegroepeerd naar niveau. Vooral de groep “not yet grade …” vond ik confronterend, dat zou bij ons nooit gebeuren. Op Eastlea heb ik die niet gezien, maar wel “student of the week”.
  • Er werd met veel trots over technologie en STEAM gesproken, maar ik kon niet veel didactisch/pedagogische visie ontdekken. Dat wil natuurlijk absoluut niet zeggen dat die er niet is.
  • De school kom je alleen maar binnen als je een pasje hebt, tussendeuren waren ook alleen te openen met het pasje.
  • De omgangsvormen, ook tussen de medewerkers, zijn vrij formeel.
  • De school heeft de gratis micro:bits niet aangevraagd, o.a. omdat de computers achter een houten schot zitten en de leerlingen dus niet bij de USB-poorten kunnen. Daar zou ik een eenvoudige oplossing voor weten…
  • Hoewel mediawijsheid een verplicht vak is in year 7 en 9, heeft de school zijn digitale omgeving helemaal dicht getimmerd: leerlingen kunnen alleen door de school toegestane websites bezoeken. Ik ben van mening dat je leerlingen moet opvoeden in mediagebruik, dat is iets anders dan verbieden…
  • Mobiele telefoons zijn verboden en worden dus ook niet ingezet in de lessen. Nou ja, sommige docenten staan wel toe dat leerlingen een foto van de aantekeningen op het bord maken of de rekenmachine van hun telefoon gebruiken. Alleen leerlingen die bezig zijn met hun A-levels mogen in het kader van #byod een device mee naar school nemen.
  • Het lerarentekort speelt ook in Engeland, op Londense scholen helemaal omdat het ontzettend duur is om in Londen te wonen. Desondanks heeft deze school alle banen bezet en blijven docenten graag op deze school werken. En dat doen ze ook nog eens heel veel uren per week.

Veel van de keuzes die hier gemaakt worden, hangen samen met een ander schoolsysteem, de groep leerlingen die ze binnen hebben en de beschikbare budgetten.Al met al een wereld van verschil met onze school en leuk om mee te maken. Het was een geweldige ervaring om mee te gaan (en dan heb ik alle leuke gesprekken met de reisgenoten en de meet-up met twittervrienden nog buiten beschouwing gelaten …).

Hallo ik ben Onno Sidler. Heb je vragen over dit artikel? Neem dan contact met mij op.

Foto medewerker

Onno Sidler

Consultant Innovatie